Bron: Wikipedia
Een big band is een muzikaal ensemble dat uit verschillende secties van meestal 4 a 5 muzikanten bestaat: De secties zijn:
- Ritmesectie
:drums, basgitaar of contrabas, piano en gitaar.
Hoewel het de bedoeling is dat de ritmesectie niet boven de andere instrumenten gehoord moet worden is de ritmesectie
essentieel voor de big band en haar publiek. De ritmesectie wordt meestal de motor/aandrijving van de band genoemd,
het belangrijkste doel is om band aan "te drijven" in een constant tempo.
De ritmesectie zorgt voor het grootste deel voor het swing effect van de big band. Een ritmesectie die niet samen speelt zal niet swingen maar stijf en kil klinken. Als de ritme-instrumenten goed samenspelen wordt er iets bereikt wat in de elektronica "phase-lock" wordt genoemd, het totaal samen zijn van tempo en fase. In een dergelijk geval wordt de ritmesectie swingend genoemd.
- Piano : Ofschoon de piano onderdeel is van de ritmesectie is de bijdrage als ritme instrument in de praktijk minimaal.
De functie van de piano is naast solo-instrument onder andere het punctueren, accentueren van melodieën en het spelen van tegenmelodieën.
- Gitaar : De gitaar is in een Big Band een echt ritme-instrument. In een 4/4 maat nummer, speelt de gitarist 4 tellen in iedere maat. De gitarist speelt soms solo, meestal wat minder dan de piano.
- Contrabas / Basgitaar : Sommigen beweren dat de contrabassist of basgitarist het belangrijkste lid is van de ritmesectie omdat het instrument niet alleen de beat aangeeft maar ook de basis (fundament) van de harmonie van de big band. Dat is goed te horen en wordt soms ook gevoeld door alle bandleden. De bassist speelt meestal 4 tellen in iedere 4/4 maat, en speelt in big band arrangementen vrijwel altijd zonder rust, dit in tegenstelling tot de blazers. Om een goed swinggevoel te krijgen speelt de bassist meestal extreem legato waardoor de noten in elkaar overgaan waardoor een constante pulserende sound ontstaat. In swing stukken wordt staccato basspel meestal vermeden.
- Drums : De drummer is ook een belangrijk lid van de ritmesectie. Samen met de bas en gitaar vormen zij de kern van de ritme-tijdmachine. In big band muziek speelt de drummer gewoonlijk de basdrum heel lichtjes om zelf in de maat te blijven en om niet te interfereren met de bassist. De belangrijkste onderdelen zijn de snaardrum, hi-hat en ride cymbal. Tijdens een drumsolo gebruikt de drummer het hele arsenaal van zijn drumstel.
- Trompetsectie: 1e t/m 4e trompet (soms 5 trompetten). De sectieleider (lead-trumpet) speelt de hoogste noten. Als de hele band hetzelfde ritme speelt geeft de lead trompet voor de hele big band de frasering en articulatie aan. De 2de trompettist speelt veelal de sologedeeltes.
- Saxofoonsectie: 1 baritonsaxofoon, 2x tenorsaxofoon en 2x altsaxofoon. De eerste alt-sax is altijd de leider van deze sectie. De sectieleider geeft de frasering en volume aan. Omdat saxofoonspelen minder inspannend is dan trompet en trombone komt deze sectie vaak "aan bod" in de meeste big band arrangementen. Het is niet ongebruikelijk voor de saxofonisten om te "dubbelen" op andere houtblaasinstrumenten zoals fluit en (bas)klarinet.
- Trombonesectie: 1e t/m 4e trombone. 1 Bastrombone en 3 tenortrombones. De trombones zijn wat lager van klank dan de trompetten.
De trompet- en trombonesectie worden samen ook wel de brass sectie genoemd. Soms is er ook een zanger of zangeres, die dan de melodiepartij zingt. Bij afwezigheid van zang wordt de melodie door de instrumenten uit het orkest gespeeld.
Tegenwoordig heeft de benaming big band meer met de bezetting te maken dan met de muziekstijl die men erin speelt. Big bands van nu spelen niet alleen jazzmuziek (denk aan de Glenn Miller Big Band), maar ook populaire muziek, die speciaal voor hen gearrangeerd werd.